Vleermuizen

Vleermuizen

vleermuis kennemerduinen
Jagende Watervleermuis
Vleermuizen zijn de enige vliegende zoogdieren. Er komen zo’n 20 soorten voor in Nederland.

In Kennemerland overwinteren vooral de Baardvleermuis, Watervleermuis, Meervleermuis, Franjestaart en gewone Grootoorvleermuis. Ze houden hun winterslaap van oktober tot april op plaatsen zoals bunkers en voormalige ijskelders.
Daarnaast komen ook boombewonende soorten zoals de Rosse vleermuis en Dwergvleermuis in de Kennemer duinregio voor.

Winterslaap en tellingen
Dankzij de restanten van de Atlantikwall (bunkers in de duinen) en de ijskelders op de landgoederen zijn de duinregio’s belangrijke overwinteringsplaatsen geworden. De vleermuizen zoeken een rustige plek waar het niet te koud is maar ook niet te warm, zo tussen de 5 en 10 graden. Het belangrijkste is dat er het vochtig is zodat de vleermuis niet uitdroogt. Sommige soorten laten zich in de zomer in de regio amper zien, maar zijn ’s winters goed vertegenwoordigd. Door iedere winter landelijk één maal een telling te houden op bekende (afgesloten) overwinteringsplaatsen ontstaat een goed beeld van de vleermuizen populatie.

Zomer
Een andere manier waarmee de aanwezigheid van vleermuizen achterhaald wordt is de bat-detector. Doordat ze zich oriënteren en jagen met echo-locatie en iedere soort hierbij een eigen signaal ‘uitzend’ is het mogelijk ze met een bat- of vleermuis-detector die dit in voor ons hoorbaar geluid omzet te determineren.

Enkele soorten die frequent in de Kennemer duin regio voorkomen zijn:

Rosse Vleermuis
Een van de grotere in ons land voorkomende vleermuizen met een spanwijdte van tussen de 32 en 45 cm en een gewicht tot 40 gram. De vacht is helder rossig bruin van kleur met een goudachtige gloed in de zomer.
De Rosse vleermuis laat zich al zien voor het echt donker wordt en jaagt voornamelijk boven weilanden en water op grotere insecten die hij in de lucht vangt. Hij verblijft bij voorkeur in holle bomen, afgedankte spechtenholen en andere holtes in oud bos en is zodoende vaak te vinden op landgoederen.

(Gewone) Dwergvleermuis
Met een gewicht van 3,5 tot 8 gram en een spanwijdte van 18 tot 24 cm is dit een van de kleinste Europese vleermuizen. Hij jaagt in de beschutting van een groene bebouwde omgeving, vaarten, in parken met vijvers, in lanen, tussen boomkruinen, en boven open plekken in bos, langs de bosrand van oude voedselrijke loofbossen. Geen wonder dat deze kleine wendbare dieren op de Landgoederen in en achter de duinenrij veelvuldig voorkomen. Overnachten doet hij meestal in oude gebouwen.

Franjestaarten
Deze middelgrote vleermuis met een gewicht van 5-12 gram, relatief brede vleugels en een spanwijdte van 23-28 cm. is in opkomst in de regio: hij wordt tijdens de jaarlijkse wintertellingen steeds meer waargenomen. Met de bat-detector is de soort moeilijk te herkennen, waardoor niet heel veel bekend is over het versopreidingsgebied in de zomer. Tijdens het jagen vliegen franjestaarten meestal zeer langzaam en zijn ze zeer wendbaar. Een belangrijke jachttechniek is het van bladeren en muren afpikken van insecten zoals vliegen en rupsen. Opvallend is dat ze in staat om met hun achterpoten spinnen uit het web te plukken zonder daarbij zelf het web te raken.

Watervleermuis
Deze dieren houden zich vooral op in open bebost terrein in de buurt van water (vandaar de naam). Ze hebben een spanwijdte van 23 tot 27,5 cm en wegen tussen de 6 tot 15 gram. De Watervleermuis komt een half uur tot een uur voor zonsondergang te voorschijn en vangt zijn prooi die voornamelijk bestaat uit grotere insecten laag boven het water. Hij eet en drinkt vliegend, en kan een snelheid tot 23 kilometer per uur halen. Hij wordt o.a. op Duinlust (Midden-Duin) en de Amsterdamse Waterleidingduinen regelmatig gesignaleerd.

Grootoorvleermuis
Dankzij de grote oren kan de Grootoorvleermuis vleugelslagen van insecten horen. De grootoorvleermuis is daardoor minder afhankelijk van echolocatie dan vele andere vleermuizen, en brengt een fluisterend geluid voort. Waarschijnlijk jaagt de grootoorvleermuis ook op zicht.(waterleidingduinen en Duinlust)
een spanwijdte van 240 tot 285 millimeter. Hij weegt 5 tot 12 gram.

Baardvleermuis
De baardvleermuis (Myotis mystacinus) is een kleine veel voorkomende soort van 4-8 gram. Hij heeft een lichte grijzige buikvacht en een donkerbruine tot geelbruine rugvacht. Tijdens de winterslaapperiode is het een van de meest aangetroffen vleermuis soorten die vooral in het het midden, oosten en zuiden van Nederland voorkomt. Zijn favoriete leefgebieden bestaat uit bossen, bosranden en kleinschalige landschappen: het rivierengebied, de hogere zandgronden en het heuvelland, en – in mindere mate – de landgoederen in de binnenduinen. In de regio lijkt hij de laatste jaren in aantal af te nemen. Anders dan veel andere vleermuizen jaagt hij ook in naaldbossen.

Meervleermuis: groot en snel
Deze opvallend grote vleermuis (met een gewicht van 14-20 gram en lange relatief brede vleugels met een spanwijdte van 20 tot 30 cm) is in Kennemerland vooral een overwinteraar alhoewel hij ook zomers wel eens gesignaleerd word. De vele bunkers langs de kust zijn voor de winter een favoriete hang-out. Verplaatsingen van 200 á 300 km tussen zomer- en winterverblijf zijn voor deze dieren geen uitzondering.
Ze jagen vooral boven water en weilanden waar ze met hun achterpoten de insecten van het water afgrijpen. De meervleermuis is waarschijnlijk de snelste vleermuis van Nederland: ze halen soms snelheden tot 35 km/u.

Leave A Reply